[Aquatropica Kortrijk]
Het Australische regenboogcomplex

Alain Guillemin



V
e
r
z
o
r
g
i
n
g

Verzorging.

Het enorme succes van de regenboogvis de laatste jaren is te danken aan het feit dat het eigenlijk perfecte aquariumvissen zijn. Ze zijn prachtig van kleur, mooi en soms zelfs uitzonderlijk van vorm, passen zich in vele gevallen gemakkelijk aan en kweken daar bovenop ook nog vrij spontaan in het aquarium.
40 liter:
  • alle Pseudomugil-soorten, alsook kleine Melanotaenia-soorten, zoals M. pygmaea, M. maccullochi en M. praecox.
80 liter:
  • middelgrote Melanotaenia-soorten, zoals M. boesemani, M. duboulayi en de meeste ondersoorten van M. splendida.
150 liter:
  • grote regenboogvissen, zoals Chilatherina bleheri (figuur 5), Glossolepis multisquamatus en Glossolepis incisus. Voor het houden en kweken van deze soorten is het niet echt nodig grote aquaria te bezitten. Maar zoals steeds mag het niet overbevolkt worden.

Figuur 5

Chilatherina bleheri

[foto Chilatherina bleheri]

Hier volgen enkele richtlijnen voor groepen van 1 tot 15 volwassen vissen.
Sommige soorten zijn nogal schuw, vooral de kleinere. Het is aan te raden het aquarium in een vrij rustige omgeving op te stellen. Veel voorbijgangers maken de dieren onrustig, waardoor het kweken meestal wordt uitgesteld. Een kalme buurt en enkele uren ochtendzon brengen de vissen tot rust. Dit wordt dan ook beloond met een prachtig aanbod van kleur en een flinke kroost.

De belichting van het aquarium is niet zo belangrijk. Veelal is het gebruik van Grolux-lampen voldoende, waarbij deze zo'n 10 uur per dag het aquarium belichten. Een eerder gedempte verlichting komt meestal ten goede aan de kleuren. In een goed beplant aquarium is zoiets natuurlijk moeilijk te realiseren. Probeer misschien de sterke belichting en de planten die erom vragen zo op te stellen dat waar echt nodig ook het zonnetje schijnt. Indien onze opstelling gebruik kan maken van het natuurlijke licht (vooral in de zomer), dan worden deze vissen echte "pareltjes". Let hierbij vooral op voor de groei van algen. De waterkwaliteit (niet zozeer de samenstelling) is zeer belangrijk voor het houden en kweken van regenbogen. Wekelijkse waterverversingen van 30 % zijn noodzakelijk om gezonde vissen te houden. Denk er hier eens aan:
wat lucht betekent voor de mens, betekent water voor de vis!
De meeste Nieuw-Guinea soorten van het genus Glossolepis, Melanotaenia en Telmatherina gedijen in hard (8-12š DH), basisch water. Terwijl Iratherina werneri, Melanotaenia praecox, M. duboulayi, M. trifasciata en Pseudomugil gertrudae (figuur 6), die in de moerassen leven, zacht en neutraal water verkiezen.

Figuur 6

Pseudomugil gertrudae

[foto Pseudomugil gertrudae]

Voor de meeste onder hen is een pH-waarde tussen 6,5 en 7,5 ideaal. Plotse veranderingen moeten zeker vermeden worden, want dit kan tot sterfte leiden in enkele uren. Vanwege deze gevoeligheid voor veranderingen in pH-waarde is het best nieuwe vissen de nodige tijd te geven om te acclimatiseren (druppelmethode) vooraleer in ons aquarium te stoppen.

De inrichting van het aquarium is sterk afhankelijk van de medebewoners die we onze regenbogen zullen bezorgen. Willen we echter kweken met dan is een goed beplant aquarium noodzakelijk om de vissen op hun gemak te stellen en in de juiste stemming te brengen. Regenboogvissen zijn niet agressief tegenover andere soorten en zijn, indien gehouden in goede waterwaarden, robuuste aquariumvissen die gemakkelijk tot 6 jaar oud kunnen worden. De meeste zijn zelfs zeer actief en in sommige gevallen goed samen te houden met bepaalde cichliden (vooral Tanganjika en de rustige Haplochromissen van het Malawimeer). Dank zij hun snelheid en hun actieve bestaan kunnen ze gemakkelijk ontsnappen aan aanvallen van cichliden. Deze aanvallen blijven echter beperkt, want cichliden en regenboogvissen hebben een totaal verschillend territorium. Ook in goed beplante gezelschapsbakken is het best mogelijk regenboogvissen te houden samen met kleinere soorten zalmen, indien de watercondities het toelaten natuurlijk. Het is zelfs aan te raden slechts één soort regenbogen te houden in één aquarium, eventueel met andere vissen van andere families. Want het is geweten dat mannelijke dieren nogal eens durven vreemd gaan en dat sommige vrouwtjes zich niet storen aan dit fenomeen. Vooral wanneer er slechts één man meer aanwezig is van een bepaalde soort, dan zal hij kost wat kost een poging doen een ander te versieren. Dit leidt tot ongewenste kruisingen die heel wat ellende kunnen veroorzaken bij de determinatie van volgende generaties.


********************************************************************

fish Het Australische regenboogcomplex 5/12 frog

[vorige pagina] [terug naar af] [volgende pagina]

- 5 -


Martin Byttebier
E-Mail:tos4ever@telenet.be

Copyright © 1997 Martin Byttebier
Created on the 3 August 1997 at 01:55
Last update: mei 10 2009