[Aquatropica Kortrijk]
Het Australische regenboogcomplex

Alain Guillemin



G
e
s
c
h
i
e
d
e
n
i
s

Een stukje geschiedenis.

Wanneer we de geschiedenis vanaf de eerst ontdekte regenboogvis (meer dan 150 jaar geleden) tot heden willen bespreken, dan kan dit gemakkelijk leiden tot het schrijven van een boek. De eerste soort, Melanotaenia nigrans (figuur 2), gevangen nabij Darwin in Noord-Australië belandde in het British Museum te Londen. Hij werd beschreven in 1843 door John Richardson als Atherina nigrans behorende tot de familie Atherinidae. In 1862 vond Thomas Gill dat deze soort te veel verschillen vertoonde met het genus Atherina en creëerde het nieuwe genus Melanotaenia voor deze eenzame soort, nog steeds in de familie Atherinidae.

Figuur 2

Melanotaenia nigrans

Foto: G. Schmida
DATZ 7/97 p.441

[foto Melanotaenia nigrans]

32 Jaar later werd de subfamilie Melanotaeniinae toegevoegd om de verschillen nog sterker te benadrukken. In 1927 werden de eerste exemplaren met een schip geëxporteerd van Brisbane naar Duitsland. Deze vissen werden aan boord ondergebracht in een "naakt" aquarium en het is nogal voor de hand liggend dat vele hierbij de dood vonden. Slechts één paartje Melanotaenia duboulayi overleefde de lange tocht. Dit koppel werd gehuisvest in het Berliner Zoo Aquarium waar ze zich met succes voortplantten. Dit was meteen het startschot voor een nieuwe interesse bij de liefhebber. Nog eens 40 jaar later, in 1964, behandelde Ian Munro voor de eerste maal de regenboogvissen als een aparte familie. Melanotaenia nigrans (zwartbandregenboog) is de langst gekende soort en dus de type soort van het genus.

De naam Melanotaenia werd geïnspireerd door de karakteristieke zwarte (melanos in het Grieks) band (taenia in het grieks) op de flank. De eerste Australische regenboogvis die werd nagekweekt met commerciële doeleinden in de aquaristiek is waarschijnlijk de "regenboogvis van McCulloch" (Melanotaenia maccullochi (figuur 3)). Sedert zijn introductie in hobby begin deze eeuw ging het steeds maar bergop met de reputatie van de regenboogvis. Vooral toen Ron Bowman erin slaagde de eieren van deze dieren met succes te versturen per post.

Figuur 3

Melanotaenia maccullochi

Foto: G. Schmida
DATZ 7/97 p.443

[foto Melanotaenia maccullochi]

Een andere pionier was zeer zeker de Duitser Heiko Bleher die begin der jaren tachtig diverse reizen ondernam naar Australië om er de dichte wouden met hun talrijke watertjes te doorploegen op zoek naar nieuwe soorten. Tijdens zijn zoektocht in Irian Jaya in gezelschap van Gerald R. Allen werd een nieuwe soort naar hem genoemd, nl. Chilatherina bleheri.
Melanotaenia duboulayi (dwergregenboog) wordt door de Australische aquariaan reeds 70 jaar lang gehouden en is er nog steeds de populairste. In Europa kon deze soort het niet halen van de M. maccullochi.
De langst gekende regenboog van Nieuw-Guinea is de Melanotaenia goldiei die in 1883 beschreven werd door Macleay. Alhoewel een zéér mooie vis, is hij in Europa niet zo geliefd bij kwekers. Deze soort komt voor op de zuidelijke helft van het eiland.

In de periode van 1907 - 1922 werden 15 soorten beschreven door Weber & de Beaufort, waarvan Dr. Allen achteraf 4 soorten als zijnde identiek beschreef.
De eerste soort beschreven door Weber in 1908 was Glossolepis incisus (Rode regenboogvis) en een van de laatste was de Melanotaenia praecox in 1922. Daarna werden door verschillende auteurs maar 9 soorten meer beschreven tot 1974. Met de komst van Dr. Allen brak de storm los en vanaf 1978 begon hij op zijn expedities naar Australië verschillende soorten te beschrijven . Dit was zowaar het begin van wat men nu het regenboogcomplex noemt. De resultaten van zijn expedities en zijn vele werk zijn te lezen in zijn boek "Rainbowfishes of Australia and Papua New Guinea". Dit is op heden de bijbel voor iedere liefhebber en kweker van regenboogvissen. Hierin vermeldt hij dat de ware regenbogen van de familie Melanotaeniinae zijn opgesplitst in 6 genera. Met drie sterk verwante genera : Melanotaenia, Chilatherina en Glossolepis met respectievelijk 25, 6 en 5 soorten. Dan zijn er nog 3 outsiders met telkens 1 soort: Iriatherina (I. werneri (figuur 4)), Rhadinocentrus en Cairnsichthys

Figuur 4

Iriatherina werneri

[foto Iriatherina werneri]



********************************************************************

[fish] Het Australische regenboogcomplex 2/11 [frog]

[vorige pagina] [terug naar af] [volgende pagina]

- 2 -


Martin Byttebier
E-Mail:tos4ever@telenet.be

Copyright © 1997 Martin Byttebier
Created on the 27th July 1997 at 02:25
Last update: May 03, 2009