|
Het Australische regenboogcomplex Alain Guillemin |
I
|
InleidingDe interesse voor de Australische en Nieuw-Guineese regenboogvissen en blauwogen wordt met de dag groter. Dit heeft natuurlijk veel te maken met de aantrekkelijke kleuren en de uitmuntende vorm van deze dieren. Ook het broeden en het natuurlijke leefmilieu dragen ertoe bij dat ze de "modevissen" van deze tijd geworden zijn.Vooral het genus Melanotaenia (M. boesemani, M. lacustris, M. praecox,...) kent een groot succes en wordt regelmatig aangeboden in onze aquariumzaken. Ze kunnen daar gerust aangekocht worden, want veelal zijn ze op een goede manier gekweekt door reeds ervaren liefhebbers. Het genus Pseudomugil (P. gertrudae, P. mellis, P. signifer en P. tenellus) vertegenwoordigt de kleinere, maar zeer aantrekkelijke soorten. Deze worden best bij ervaren kwekers op de kop getikt, die tegenwoordig in staat zijn deze dieren met succes na te kweken. Gelukkig maar, want de export van Australische siervissen gebeurt onder strenge controle en het is dus niet zo voor de hand liggend deze dieren regelmatig als wildvangexemplaren aan te treffen. Een goede beginnersregenboog, voor wie een kweekje wil wagen, is de Melanotaenia boesemani (figuur 1).
Deze soort stelt weinig eisen aan de watersamenstelling en is in een gepast aquarium gemakkelijk te kweken. De jongen van een volwassen koppel kunnen namelijk direct gevoederd worden met fijn droogvoer of pas ontloken Artemia. Micro-infuus of groen water kunnen hier achterwege gelaten worden.
- 1 - |
Copyright © 1997 Martin Byttebier
Created on the 06th July 1997 at 02:25
Last update: May 09 2002