|
Een clown in het aquarium, Chromobotia macracanthus Martin Byttebier |
E
|
Sedert zijn introductie in de aquariumwereld zo'n 60 jaar geleden is hij steeds de lieveling geweest van menig aquariaan. Niettegenstaande deze vis tegenwoordig commercieel nagekweekt wordt, worden er jaarlijks enkele honderduizenden clownbotia's uit Indonesië geëxporteerd. In een poging om deze vis te beschermen heeft de Indonesische regering in 1987 een exportverbod afgekondigd voor clownbotia's groter dan 15 cm, zodat deze nog niet echt in hun voortbestaan bedreigd worden. Omtrent het geslachtsonderscheid heerst er enige onduidelijkheid. Sommige auteurs beweren dat het geslachtsonderscheid te merken is aan o.a. de vinvorm. De buik- en borstvinnen zijn bij de mannetjes puntig, terwijl ze bij de vrouwtjes een meer afgeronde vorm hebben (zie tekening).
Andere auteurs (Steinle & Schmidt) daarentegen beweren dat het voorgaande een veralgemening is van een subjectieve waarneming. Het geslachtsonderscheid zou enkel te merken zijn aan de grotere lichaamsomvang bij kuitrijpe vrouwtjes. In zijaanzicht is dit niet te merken. In vooraanzicht echter kan men een matige tot een in het oog springende welving der flanken zien. De verdikking begint bij de aanzet van de borstvin en eindigt voor de derde en laatste dwarsband. Niet kuitrijpe vrouwtjes van mannetjes onderscheiden is niet mogelijk. Nog een ander auteur (Schaller) vermoedde het geslacht te kunnen bepalen aan de hand van de buikvinkleur. Hij bezat namelijk zowel vissen met rode buikvinnen als vissen met zwarte buikvinnen. Schaller bezat waarschijnlijk de tot hier toe zelden geïmporteerde Borneo-clownbotia. Volgens Korthaus onderscheiden deze zich van de meer gekende Sumatra-vorm door de overwegend zwarte borst- en buikvinnen. In hun rugvin, die voor 2/3 zwart is, ontbreekt de gelachtige transparante band. De eveneens voor 2/3 zwarte aarsvin wordt aan de binnenkant begrensd door een geelachtige band. De laatste zwarte dwarsband reikt tot aan de staartsteel, die bij de Sumatra-vorm oranjegeel is.
Aan de hand van eigen waarnemingen ben ik geneigd om de theorie van Steinle & Schmidt aan te nemen, maar ik durf mij niet voor 100% uitspreken, daar mijn schooltje botia's slechts bestaat uit 3 individuen, zodat de kans erin zit dat ze alle 3 van hetzelfde geslacht zijn. In ieder geval vertonen mijn vissen geen enkel verschil in vinvorm. Een van de 3 is beduidend groter dan de 2 andere. Mogelijks betreft het hier een vrouwtje. De kleinere delen hun schuilplaats, terwijl de grootste een aparte schuilplaats heeft. In de natuur worden deze vissen ruim 30 cm groot. Gelukkig worden ze in het aquarium niet zo groot en groeien ze zeer traag. Bij 15 tot 18 cm grootte houden ze het meestal voor bekeken. De grootste van mijn botia's is ongeveer 15 cm groot niettegenstaande hij reeds 13 jaar in mijn aquarium rondzwemt. Als je werkelijk uitgegroeide botia's wilt zien moet je eens de zoo van Antwerpen bezoeken. De clownbotia is een speelse, vredelievende scholenvis, die in tegenstelling met vele andere
vertegenwoordigers van het geslacht Botia ook overdag veel te zien is. Dit overdag te zien zijn is
afhankelijk van het al dan niet voorhanden zijn van schuilplaatsen. Indien deze niet voorhanden zijn zal men
de clownbotia veel opmerken. In het andere geval zal men hem minder te zien krijgen overdag. Alleen als het
werkelijk rustig is rond het aquarium en bij etenstijd zullen ze te voorschijn komen. Over de voortplanting in het aquarium is weinig bekend. Hier en daar worden wel toevalskweken gemeld, maar in het algemeen mag men stellen dat ze zonder hulp van buitenaf niet na te kweken zijn. In de voormalige Oostbloklanden wordt er veel geëxperimenteerd met hormonale stimulatie. Door het injecteren van geschikte hormonen bij zowel het vrouwtje als bij het mannetje wordt het afleggen gestimuleerd.
Een schepnet betekent voor deze vissen eveneens gevaar, omdat bij het uitscheppen deze doorn meestal uitgeklapt is. Opletten dus dat ze met deze doorn niet verstrikt raken. Het terug loshaken kan ernstige letsels veroorzaken aan het spierstelsel rondom het oog. Een botia aanraken met de blote handen kan zeer pijnlijk zijn als hij met zijn doorn in uw vingers prikt. Ik kan u verzekeren dat dit absoluut geen deugd doet. Een tweede verdedigingsmethode bestaat uit het produceren van geluid. De meeste aquarianen zullen al gehoord hebben dat vele Botia-soorten een knak-toon kunnen produceren. Volgens waarnemingen gedaan door Klausewitz (1958) en Meinken (1958) blijkt dat de botia's dit geluid steeds laten samengaan met een aanval. Door het goede gehoorvermogen van andere vissen roept deze knak een schrikreactie op. Op welke manier dit geluid voortgebracht wordt is niet duidelijk. Men vermoedt dat deze knak ontstaat door een doornachtig beenuitsteeksel dat zich vasthaakt aan het gehoorbeen en bij het loslaten een knak veroorzaakt. Het voorste gedeelte van de zwemblaas zou dienst doen als geluidsversterker. Samenvattend kan men stellen dat dit een uitstekende vis is voor de grotere gezelschapaquaria mits het in acht nemen van enkele eisen, zoals schuilplaatsen en niet al te grove bodemstructuur. Gehouden in optimale omstandigheden zal hij ons jarenlang plezieren en onze bak vrijhouden van ongewenste slakken.
|
Een clown in het aquarium, Chromobotia macracanthus ![]()
- 16 -
Copyright © 1998 Martin Byttebier
Created on the 7th June 1998 at 20:25
Last update: mei 10, 2009