Hoe "hard" water is, wordt met getallen aangeduid. Er zijn door de jaren heen
afspraken gemaakt, maar ze hebben er nogal een soepje van gemaakt! Er zijn Franse-, Duitse- Engelse- zelfs Russische-, tijdelijke-,
carbonaat- en blijvende hardheden. Voor de aquaristiek zijn er
maar twee van belang en al de rest mag je best vergeten.
Vroeger deden ze daar ingewikkeld over en in oude boeken zal je lezen dat de standaard van
hardheid afkomstig zou zijn uit Marseille in Frankrijk. Het heeft iets met Marseilse zeep te
maken maar te gek om los te lopen!
In de hedendaagse aquaristiek spreken we enkel en alleen nog van totale
hardheid en carbonaathardheid en we gebruiken als eenheid
Duitse hardheidsgraden.
De totale hardheid of in het Duits de Gesamthärte (vandaar die G) is een getal waaraan
we kunnen zien of we al dan niet over zacht water beschikken. De GH-waarde zegt ons hoeveel
calcium- en magnesium-zouten er in totaal
aanwezig zijn in dat water.
Stadswater uit winningsgebieden waar het water door aardlagen met veel kalk gesteenten sijpelt,
is hard. Je kan dan ook met een GH testje van Tetra waarden van 23 tot 28 Duitse
hardheidsgraden aflezen.
Je vraagt je af waarom ze die calcium en magnesium daar niet uit halen?
Beiden spelen een zeer belangrijke rol bij levende organismen. Vissen hebben Calcium nodig
voor de opbouw van hun skelet. Slakken en andere schaaldieren gebruiken Calcium voor de vorming
van hun huis of schelp.
Magnesium is belangrijk voor planten bij de opbouw van het bladgroen of chlorofyl. Verder spelen ze samen met licht, sporenelementen, vitaminen, warmte
e.d. een voorname rol in de groei en de levensprocessen van planten en dieren. Wij hebben een dagelijkse behoefte van 800 mg calcium per dag nodig!
Terug naar ons water met al die calcium en magnesiumzouten in. Onze testkit om de totale hardheid te meten geeft ons een getal dat groter is naarmate water harder is. Men spreekt van GH=10 °dH of Duitse graden. Water noemt men dan middelhard.
De carbonaathardheid is een ander soort hardheid, ze speelt een nog
belangrijker rol in een gesloten aquariumsysteem! Zeeaquarianen spreken maar over één
soort hardheid en dat is de carbonaathardheid.
Het is echt van groot belang beide soorten hardheid van elkaar te kunnen onderscheiden.
Wie de carbonaathardheid begrijpt, begrijpt hoe en waarom de pH veel of
weinig kan stijgen en dalen!
Misschien het moeilijkste stukje, maar wie het beet heeft vergeet het nooit meer.
We hadden het in punt 6 bij de GH over de totale hoeveelheid van ALLE zouten van calcium en
magnesium. Dat laat dus vermoeden dat er veel soorten zouten zijn. Zouten zijn verbindingen
tussen wel bepaalde stoffen en een metaal. Nu klinkt het misschien gek maar calcium en
magnesium zijn metalen zoals ijzer en koper!
Wie nog van Mendelejev gehoord heeft weet dat die
wijze man alles mooi ingedeeld heeft soort bij soort in een tabel die zijn naam kreeg.
Zoals eerder vermeld zijn er zeer veel mineralen en elementen aanwezig op onze aardbol en er
zitten er in ons stadswater ook veel mineralen, dan kan je ook begrijpen dat er veel
combinaties zijn van ionen die op hun beurt nieuwe stoffen vormen.
Enkele combinaties zijn voor aquarianen van belang! Als waterstof, zuurstof,
koolstof en calcium een verbinding vormen, dan noemen we dat
calciumcarbonaat. Er bestaat ook zo'n combinatie met magnesium en dat noemen we magnesiumcarbonaat. Met
natrium noemen we dat natriumcarbonaat enz.
Soms gebeurt het dat er 2 gelijke ionen samen plakken en dan spreken we van bicarbonaat (bi=twee). Twee calciumionen doen het graag samen en we komen dan ook
veel calciumbicarbonaat tegen.
In het algemeen heb je dus carbonaten en bicarbonaten. Nu begrijp je waarom in de boekjes
staat: De carbonaathardheid (KH) wordt veroorzaakt door de
bicarbonaten van calcium (Ca) en magnesium (Mg).
Waarom ze de carbonaten & bicarbonaten ook BUFFERS noemen leggen we straks uit.
Vroeger maakten ze de aquaristiek onnodig moeilijk. Zo noemde men de carbonaathardheid ook "tijdelijke" hardheid omdat de bicarbonaten na langdurig koken als ketelsteen neerslaan. Dat is ook zo want meten we de hardheid van stadswater na het koken dan zullen we constateren dat de totale hardheid van het water gezakt is naar de blijvende hardheid. Het verschil van deze twee waarden is dus de KH-waarde. Ook kan je zeggen dat de totale hardheid = tijdelijke + de blijvende hardheid. Maar wie kookt er nu aquariumwater? Vandaar dat alleen nog gesproken wordt over totale hardheid GH en carbonaathardheid KH.
Wat je als aquariaan moet weten over water...
2/3 ![]()
- 2 -
Copyright © 1998 Martin Byttebier
Created on the 04th Januari 1998 at 18:49
Last update: november 08, 2008